Ieder alarmsysteem is opgebouwd uit een aantal vaste en een aantal variabele componenten, welke worden afgestemd op eisen en wensen van de eindgebruiker.
De vaste componenten:
Het”kloppend hart” van een systeem wordt gevormd door een Centrale Controle en Stuureenheid (afgekort CCS).
Dit zogenaamde hart wordt gevoed door aanwezige netspanning en wordt “bewaakt” door een noodstroomvoorziening in de vorm van een onderhoudsvrije zelfladende noodstroomaccu , die de werking bij stroomuitval waarborgt.
De bediening (alsmede programmering en informatieverschaffing) verloopt door middel van gebruikmaking van een codebedienpaneel (Facultatief meerkanaals draadloze handzender).
De variabele componenten:
1. Detectie kan plaatsvinden door gebruikmaking van een breed scala aan middelen zoals b.v.:
• passief infrarood detectie (in alle denkbare uitvoeringen)
• akoestische glasbreukdetectie
• magneetcontacten op beweegbare gevelopeningen
• trillingssensoren
• rook/hittedetectie

2. Alarmgeving
Hierbij kan worden geput uit een schier aan binnen/buitensirenes, flitslichten of combinaties daarvan. De zogenaamde luid – en optische signalering.

Voorts kan men er nog zorg voor dragen dat een (derde partij) deelgenoot wordt van uw acute probleem.
Dit is te bewerkstelligen door uw systeem aan te laten sluiten op een Particuliere Alarm Centrale (Alarmgroep Meldnet) welke 24 uur per etmaal over uw eigendommen waakt.

Ook de technische staat wordt hierbij van afstand gecontroleerd.
Een tweede mogelijkheid is een voorkomende alarmsituatie door te melden naar particuliere (GSM) telefoonnummers.
Hierbij bestaat ook de optie om een gesproken boodschap ten gehore te brengen.
De ontwikkeling van alarm over IP is in volle gang en zal nog dit jaar (2007) een grote vlucht gaan nemen. Een vaste telefoonaansluiting is hierbij niet meer noodzakelijk om toch tot een gewaarborgde aflevering van uw melding te komen.
Een melding waarop direct door de ontvanger (meldkamer of particulier) adequate actie kan worden ondernomen.
|